I.M. Arrie van Berkel

"Dan fietste ik dus elke dag tweemaal langs jouw huis. Je hebt me vast gezien."
Arrie bleek in zijn jonge, Rotterdamse jaren dagelijks over de Pleinweg te hebben gefietst, waar ik als kleuter het verkeer bekeek. Hij werkte – zo vertelde hij graag – als 'bellboy' bij de Holland Amerika Lijn.
Een jongen van de gestampte pot.
Dat was wel duidelijk.

Toen ik hem jaren later, begin jaren '80, als docent voor het vak Schriftelijke Communicatie in Organisaties had, kwam hij gedurende het semester ongeveer tweemaal langs. Het eerste college om aan te geven dat we zelf 'zware theorie' moesten toepassen op een zelf-gekozen tekst. Hoe die 'zware theorie' eruit zag liet hij graag zien: hij had een Amerikaans artikel in zijn hand en zwaaide er dreigend mee. Het was hier geen HBO.
Een jongen van aanpakken.
Dat was wel duidelijk.

Weer later zou ik – net een paar maanden docent – naast Arrie de parallelgroep SCiO geven maar er was niets: geen materiaal, geen boek, behalve nog steeds, dat ene artikel. "Prima!", riep hij, toen ik had uitgelegd welk idee ik had, "Maak het maar, ik geef wel commentaar".
Ik vroeg collega Titus Ensink om advies, want Arrie zag ik niet meer.
"We hebben tegenwoordig docenten die geen enkele wetenschappelijke kwaliteit in een vak leggen", sprak hij tijdens een Afdelingsvergadering toen de colleges begonnen waren, wijzend op onze syllabus. Een woedende Ensink schoot mij te hulp, ik was sprakeloos van schrik.
Een man van de strategie.
Dat was wel duidelijk.

Na vergaderingen gingen we naar café Bakker. Arrie was er ook de overige dagen. Na een borrel ging ik met wat collega's eten, Arrie bleef in het gezelschap van hoge bestuuders in het café. Toen ik met collega Bax na de maaltijd terugfietste, besloten we nog één glas bier te drinken, in café Bakker. Daar stond Arrie nog steeds, achterin. Hij keek ons aan alsof we net teruggekeerd waren van een reis aan Mars. "Wim, Marcel!", klonk het. Wij keken en zagen niets.
Daarna zagen we Arrie opgetild worden door een van de gasten. Zijn enthousiaste zwaai naar ons had hem uit zijn evenwicht gebracht.
Een man van stavast.
Dat was wel duidelijk.

Arrie nam afscheid van het werk tijdens een etentje. "Ik stelde altijd zware eisen", zo sprak hij in een beschouwing over zijn werkperiode aan de RUG. "Zeer zware eisen. Dat vinden studenten niks dus gaan ze naar andere docenten. En… ", hij keek ons even over zijn bril aan, "ik heb de computer in de wetenschap geïntroduceerd. Binnen communicatie is door mij serieus naar computercommunicatie gekeken."
Een man met een toekomstvisie.
Dat was ons al langer duidelijk.

Arrie klopte op mijn kamerdeur en ging zitten. Ik schreef nog even een stukje commentaar af en keek naar Arrie, want ik hoorde gesnik. Arrie zat te huilen. "Het gaat niet meer Wim, ik kan het niet meer. Ik weet niet hoe ik verder moet met het werk. En ik ben ziek."
Ik zei dat het nog wel ging, ik suggereerde wat verbeteringen. Ik zei niet "Dat klopt Arrie, het is allemaal uit je handen geglipt. Je had soms best goede ideeën, maar de drank kwam ertussen. Je werk werd gedaan door je collega's en studenten werden de dupe. Dat hebben we allemaal zien gebeuren. Jij ook. Het had nooit zover mogen komen".
Een man met een probleem.
Dat was ons allemaal al heel lang duidelijk.

"Onze oud-collega Arrie van Berkel is overleden", zo las ik in de mail. Arrie was op vakantie in Kos en overleed, zo begreep ik, aan hartfalen in zijn slaap.
Een man met een verleden is overleden.
Dat is duidelijk.

500

"Meneer, meneer, weet u wie dit heeft gemaakt?"
We liepen rond in de Onze-Lieve-Vrouwekerk in Brugge en stonden oog-in-oog met de Madonna met Kind van Michelangelo.

Een Vlaams meisje van een jaar of 12 keek me hoopvol aan. Ze had een formulier in haar hand en een pen in de aanslag. Naast haar twee leeftijdgenoten, ook gewapend met pen en formulier. Ik zag daarop de vragen met daarachter een kader.

Daar moest de naam van de maker ingevuld worden.
Daarmee kon ze punten verdienen.
Punten voor Michelangelo.

Om er nog iets van te maken naam ik het drietal mee naar een toelichtend bord. Daar wees ik op de tekst die uitleg gaf. Ze luisterden aandachtig naar me.
Dacht ik.

Nadat ik verteld had wat er op het bord te lezen stond nam ik ze weer mee naar het beeld. Dat had Michelangelo wel verdiend.
Twee paar donkere en een paar blauwe ogen keken naar de Madonna.

Ik was wel trots op mijn didactische prestatie, maar ik was er nog niet. Na een beleefde stilte vroeg het meisje, haar formulier naar me ophoudend, of ik dan ook de volgende vraag wist.
"Wie heeft het beeld voor de kerk gekocht en wat was zijn beloning?", las ik.

Ik toonde op het bord de naam van de Brugse koopman die het beeld kocht en aan de kerk  schonk. Als dank ligt zijn graf in de kerk aan de voet van het beeld.
Ze bedankten me beleefd en holden naar de volgende opdracht.

Dit was mijn rol, bedacht ik.
In de nabijheid van het grote mag ik, aan jongelui, vertellen wat daarover bekend is.
Een nederige rol.

Ik mag het ouderwets vertellen, of nieuwerwets, verpakt in een speurtocht.
Het publiek kijkt met grote ogen naar mij op, of holt in het rond op zoek naar het antwoord.
Ik schrijf over het vragende publiek soms een verhaaltje.
Dit is de vijfhonderdste.

Buiten zag ik haar weer. Ze had alle vragen ingevuld en ging het formulier inleveren bij de juf.
Ze zag me en hield haar vinger voor haar mond.
Ik begreep het.

Onder de douche

"Hallo meneer Vuijk! U bent het toch? Wat leuk dat ik u hier zie!"
Ik draaide me even om en zag Janneke, een van onze vriendelijke studentes, waarvan ik nooit zeker weet of ze nu bijna klaar is met haar bachelor of dat het nog even duurt.

"Ik had niet gedacht dat ik ooit nog eens met u onder de douche zou staan."
Ik moest lachen.
"Komt u hier vaak? "
"Elke week, doorgaans samen met mijn vrouw, maar die had vandaag geen zin."

We liepen naar het zwembad.
"Je had ook niet gedacht dat we ooit nog eens samen in bad zouden gaan."
Nu moest zij lachen.

We zwommen in het 17 meter lange bad, ons 'buurtzwembad'. Er mogen tegelijk maximaal 4 personen zwemmen, maar we hadden het rijk samen.
We zwommen dus gezamenlijk onze baantjes heen en weer.

"U gaat over de stages hè? Ik denk eraan nog dit jaar een stage te gaan lopen en heb contact met een bedrijf in Friesland. Ze hebben een communicatieplan nodig."
"Lijkt me prima, welk bedrijf?"
Ze noemde de naam maar vergat dat ze aan het zwemmen was. Een flinke slok water ging naar binnen en ze kreeg een hoestbui. We stopten even en ik keek bezorgd naar een rood aanlopende Janneke.
Het ging weer.

Ik kreeg de indruk dat ze zich een beetje inhield, zich aanpassend aan mijn tempo. Dat was wel zo aardig en ons gesprek over allerlei studiezaken paste daar ook beter bij.
Na een half uur klommen we uit het zwambad en gingen weer onder de douche.

"Oh jee, ik ben m'n doucheshampoo vergeten", zei ze, terwijl we op het warme water stonden te wachten.
Ik wees op mijn fles. "Geen probleem hoor."
We stonden onder de douche en ze hield haar hand op, ik hield de fles omgekeerd en kneep erin. Even later stonden we gezamenlijk in het sop.

Ook onder de douche kon ze uitstekend doorpraten, over de kwaliteit van de studie, van de shampoo en van het zwembad. Even daarna droogden we ons af en liepen naar de kleedhokjes, toevallig had ze het hokje naast me gekozen.
Dat maakte de communicatie makkelijker, maar zorde er ook voor dat een deel van de bikini per ongeluk onder de wandjes van het badhokje in mijn richting gegooid werd.

Ik wierp het over de wand heen terug.
Gegiechel, "Bedankt!"
En bijna tegelijk, "Ik had nooit verwacht dat u m'n bh nog eens aan zou geven".
We moesten er allebei om lachen.

Ik wachtte maar even tot ze haar lange haren had geföhnd, want als je zoveel samen doet, maak je het ook af.
Morgen zien we elkaar weer in college.
Droog en geheel gekleed.

I.M. Wietske Wiersema

Wietske ging er eens voor zitten, de boomdiagrammen en haar uitleg van Chomsky hadden we in semester 1 gehad, in semester 2 vertelde zijn wat Chomsky allemaal niet goed had gezien.
Ze zat op de zo kenmerkende manier voor de klas. Blauwe broek, wit bloesje, blauw jasje.
En naast haar de zwarte damestas.
Op tafel.
En daarnaast een driekwart leeg plastic koffiebekertje.

"Wat Chomsky zegt, dat die structuren eigenlijk laten zien wat er in het hoofd gebeurt, dat klínkt wel aardig natuurlijk……"

Wij volgden het verhaal en haar hand. Die ging de tas in, en kwam er weer uit met een sigaret. In de hand zat een aansteker. Sigaret naar de mond, de aansteker stak de brand erin.
Ze inhaleerde diep, haar bril voorkwam dat de rook in haar ogen kwam.

"…. maar dat had ik twee jaar voor hem al bedacht. Het idee is wel aardig, maar de uitwerking in de transformaties, die klopt niet. Dat zal ik straks laten zien. Ik had dat al in 1958 door."

Ze tikte de as af in het bekertje en stond op. Er kwamen wat boomstructuren op het bord waarmee ze aantoonde dat Chomsky het mis had. Ze legde het glashelder uit.
Ze ging weer zitten, en doofde de sigaret in het restje koffie.
Hand in tas, nieuwe sigaret.
Sigaret in de mond en aansteken.
Haar gezicht trekt wat door het diepe inhaleren.

"Het is zo'n simpele basisgedachte, maar de uitwerking was zo complex, het kón gewoon niet kloppen. Ik heb nog gedacht toen, zal ik het opschrijven? Maar dat kón toch niet, het was zo duidelijk niet waar, dat zou gênant zijn."

Tijdens de eerste drie kwartier kwam het bekertje vol met peuken, gelukkig kon in de pauze een nieuwe worden gehaald. De tweede helft ging op identieke wijze verder.
We rookten toen allemaal, ook tijdens colleges, maar Wietske meer dan alle aanwezigen bij elkaar. Het deerde haar niets, net zoals de drank die ze aan het eind van de dag innam haar ogenschijnlijk niet deerde. Ze bleef er kalm bij.

Die kalmte had ze ook toen ik haar twee weken geleden bezocht, nu in het verpleeghuis waar ze opgenomen was. Ik trof haar op weg van de wc naar haar kamer, achter de rollator. Ze herkende me en we namen plaats in de huiskamer. We hadden paas-chocolade bij ons.
"Ik hou niet van chocola", zei ze. Toch probeerde ze een wit haasje.

Ze was te vermoeid om nog veel te zeggen. Uitgeput zat ze tegenover ons. Ik noemde weer eens de namen van haar vroegere collega's, Ron, Frans en ik voegde Jacques Hoeksema toe.
"Jackie!", zei ze en keek me met grote ogen aan.
"Ik moet even naar de wc".

Ik hielp haar overeind en maakte de weg naar het toilet vrij van medebewoners, want Wietske lette niet meer op het tegemoetkomende verkeer. Toen ze terug was, was ze volledig uitgeput. Ze wilde alleen nog maar slapen.

Dat bleef zo, tot ze gisteren in de namiddag overleed. Helaas heeft ze haar oogappels Ron, Frans en Jackie, niet meer gezien. Al was het maar om nog een keer uit te leggen dat zij alles veel eerder al had gezien.
Maar het niet de moeite had gevonden het op te schrijven.

Niveau

"Die langstudeerdersregeling, die komt er", zo meldde onze gast op heimelijke toon.
"En dan moet je je afvragen of zo'n entreevoorwaarde, ja, of die wel kán. Is dat nou wel nodig?"

Wij wisten niet beter of die was nodig. Wie aan de bachelorscriptie begint, moet Methodologie afgerond hebben.
Logisch.
Kwantitatief onderzoek, kwalitatief onderzoek. Experimenten, variabelen. Steekproeven trekken, betrouwbaarheid.
Maar wij dwaalden.

"Zo'n bachelor-scriptie", vervolgde onze zegsman, "Laten we eerlijk zijn, dat zijn soms halve doctoraalscripties. Nérgens voor nodig, echt nérgens voor nodig. Vond de oude rector ook.
Hij keek ons even doordringend aan.
"Een bachelorscriptie is….", hier wachtte hij even. Wij hingen aan zijn lippen, want het verlossende woord kwam eraan.
"Een werkstuk."

Die zat, dat voelden we. We keken elkaar aan.
Een werkstuk. Natuurlijk, dat was het.
Het was gewoon een werkstuk.

"En voor een werkstuk, heb je daar Methodologie voor nodig?"
We durfden het niet te zeggen.
"Nauurlijk niet. Voor een wérkstuk, daar heb je geen Methodologie voor nodig. Welnee. Dat is toch te gek voor woorden. Gewoon, een werkstuk."

We knikten, voor een werkstuk Methodologie halen.
Het idée alleen al.

"En je kan ook zeggen, je hoeft Methodologie niet te halen, gewoon gevolgd hebben. Is óok goed, weet je? Gevólgd hebben, als ze maar een toets hebben gemaakt, of het tentamen. Hoeft helemaal niet gehaald te zijn, gevólgd. Dat ze ervan gehóord hebben, van die dingen. Variabelen en zo."

We zaten er wat perplex bij. Zo flexibel, niet halen, gevolgd hebben. Resultaat doet er eigenlijk niet toe.
"Doet het er dan niet toe of iemand het gehaald heeft", vroeg een van ons, toch maar.

"Jaaah, nouhhh, het dóet er wel toe natuurlijk, maar niet per se en op dat moment. Dat hoeft toch niet, op dat moment. Kan er ook na. Als ze maar eens van die termen gehoord hebben. Dan kan je wel een werkstuk maken."

We knikten als vanzelf. Moest kunnen, een werkstukje maken, zonder Methodologie gehaald te hebben. Wel gehoord van natuurlijk, maar gehaald.
Waarom was dat eigenlijk nodig?

"Maar", zo sprak onze wegwijzer, "Uiteraard alleen maar als jullie…" – hij wees ons nu duidelijk met zijn vingers aan – "..als jullie het willen. Het niveau blijft gehandhaafd, uiteraard. Dat spreekt vanzelf, het niveau, de eindtermen, die blijven ónveránderd, die blijven hoog. Het is een universitaire opleiding hè, waar we over praten."

Hij leunde even achterover, zodat wij de tijd hadden dat laatste grondig te bevestigen.
Natuurlijk waren we een universitaire opleiding. Natuurlijk bleef het niveau onderanderd.
Ferm keken we elkaar aan.
Ze kregen er geen speld tussen.
Universitair niveau.

Onze gast stond op. "Fijn dat ik er even bij kon zijn", sprak hij, zijn stapel papieren weer oppakkend, "Denk er eens over. De examencommissie blijft altijd verantwoordelijk voor het niveau, daar wijken wij geen moment vanaf. Maatregelen of niet. Maar studievertraging, daar moet een commissie wel héel goede argumenten voor hebben. Héel goed argumenten. Straks sta je ergens voor een commissie, en waarvoor? Een werkstuk. Een werkstuk!
Prettige vergadering verder!"

Studentennet

Het is half 8.
Mijn mobiel gaat.
"U spreekt met Studentennet. Druk op een willekeurige toets."

Net als bij Burgernet aarzel ik dan even. Welke toets zal ik nemen?
De 3.

"Goedenavond.", hoor ik een man met Groningse tongval,"Hier is een melding van studentennet. Sinds vanmiddag 5 uur zijn twee studentes vermist. Zij zijn het laatst gesignaleerd in de Universiteitsbibliotheek, waar zij samen de hele dag hebben gestudeerd. Zij hadden om zes uur een afspraak met hun mentorgroep, maar zij zijn nog niet bij hun mentor verschenen. De mentor woont in de Jozef Israelstraat.
Hun namen zijn Marieke en Suzanne en ze studeren beide Communicatie- en Informatiewetenschappen. Marieke is 18 jaar oud, Suzanne 19. Marieke heeft lang donker haar en is gekleed in een eenvoudig wit t-shirt met daarover heen een lichtblauw vest van wol. Zij draagt een gescheurde blauwe spijkerbroek en witte sportschoenen. Suzanne heeft lang blond haar en draagt dat doorgaans in een staart. Zij heeft een zwart-wit-gestreept shirt aan en een zwarte broek van spijkerstof. Zij draagt zwarte spostschoenen.

De politie Groningen vraagt u allemaal uit te kijken naar Marieke en Suzanne. Ze kunnen op dit moment nog niet ver verwijderd zijn van de plaats waar ze het laatst zij gesignaleerd. Ze lopen namelijk nooit hard en zijn geen lid van de Aclo of een andere sportvereniging. Ze hebben allebei 25 ects-punten gescoord in semester 1 en hebben nog nooooit een bijeenkomst van de mentorgroep verzuimd. Marieke en Suzanne doen altijd alles samen, dus vermoed wordt dat ze ook nu samen ergens zijn.
De mentor is zeer verontrust. Wilt u bellen met 0800-050505 als u informatie hebt?
Dit was de melding."

Ik luisterde braaf het hele bericht af. Omdat we toch in de stad waren, keek ik in het rond. Ik zag veel kandidaat-Mariekes en Suzannes, maar ze hadden net de verkeerde schoenen aan of geen staart.
En zo wild leken ze me niet, dat ze ineens andere schoenen of los haar zouden hebben.
Na enige tijd vergeet je het bericht.

Totdat om 8 uur de telefoon ging. Ik zag het al, weer Studentennet. Weer de man met de tongval.
"Het zojuist doorgegeven bericht van Studentennet wordt ingetrokken. Marieke en Suzanne zijn terecht. Ze waren de de Bleekerstraat ingelopen en aan het eind van de straat zo onhutst dat ze het huis van de mentor maar niet zagen, dat ze een willekeurige voorbijganger hebben aangeklampt met de vraag wat er toch aan de hand was. Deze had de politie gebeld. Die heeft beide studentes alsnog bij de mentor afgeleverd, die ook zeer opgelucht was."

We konden straks weer gerust slapen.
Het mentoraat en Studentennet werpen dagelijks hun vruchten af, de studenten worden steeds beter voorbereid op het studentenbestaan.
Waarom deden we dat niet eerder?

Stoelendans

Wie ouder wordt, wordt ook kleiner.
Het ging de laatste tijd wel erg snel bij mij. Elke ochtend als ik op mijn bureaustoel plaats nam, merkte ik dat ik bijkans opkeek naar het computerscherm.

Wat voor mensen geldt, geldt blijkbaar ook voor bureaustoelen. Mijn bureaustoel zakt, onder druk van al mijn verantwoordelijkheden, na 20 jaar dagelijks tot een dieptepunt.
Reden om het hoofd van alles in het Harmoniegebouw eens te mailen.

Ik kreeg snel een mail terug. De nieuwe stoel was al onderweg, hij had reeds toestemming gegeven, of ik alleen nog even een formeel verzoek wilde indienen bij een andere medewerker.
Zoiets kan ik goed begrijpen.
Ook voor bureaustoelen is iemand aangesteld.

Even later vernam ik dat mijn voornaamgenoot op de vijfde verdieping inmiddels tot zijn verbazing een nieuwe bureaustoel in ontvangst had genomen, die eigenlijk voor mij bedoeld was.
Vergissen is menselijk, maar 'eens gegeven blijft gegeven', teruggeven was onmogelijk, dus er ging een nieuwe mail naar het hoofd toe.

Tot mijn genoegen vernam ik van de portiers in de namiddag dat er wederom een stoel voor me was afgeleverd, die zij terstond in mijn werkkamer zouden plaatsen. Omdat ik afwezig was op het moment van afleveren, kon ik hem niet zelf bekijken.
Een nieuwe bureaustoel na 20 jaar, het is een hele stap.

Inmddels begreep ik wel dat het hoofd de staat waarin de oude stoel verkeert niet zomaar naast zich neer kan leggen: hij beloofde de stoel aan een nader onderzoek te onderwerpen, en eventueel bij de leverancier te gaan reclameren.
Zo snel al kapot, dat kan niet.

'Zuinigheid en vlijt, bouwt huizen als kastelen', zei mijn moeder al.
Wanneer u voor de Harmonie staat, kunt u gerust zijn.
Hier wordt elke cent omgedraaid.

Hoofd Pritt-stift

Eline zat met een probleem. Ze is al flink op weg met het eerste semester van haar master en zag met zorgen het tweede semester naderen.
Het semester waarin de stage en de scriptie op de agenda stonden.
Stage. Het leek haar wel nuttig, maar wat en waar?
Wat kon je eigenlijk?

"Ik denk, het is vast nuttig als in naar de Carrièrebeurs ga, daar staan allemaal bedrijven en die bieden ook stages aan. Nou, ik denk ik ga naar een paar grote bedrijven, die veel aan communicatie doen. Ik heb ook Frans gestudeerd, dus ik naar de KLM."
Ze wachtte even of ik 'm doorhad.
"Vanwege Air France hè. Die KLM-mevrouw nam me van top tot teen op. Ze keek me daarna aan en zei, 'kijk maar op de website'. Ik paste blijkbaar niet in het beeld."

"Toen naar Unilever. Daar stond een jongen in een net pak. 'We zoeken alleen marketingstudenten en financieel specialisten'. Ik zei dat ik communicatie deed en hij zei ook dat ik maar op de site moest kijken.
Toen liep ik ergens en daar raakte ik aan de praat met een meneer. Hij was van Henkel. Hij had wel interesse in communicatie. 'Wie weet krijg je dan wel het Pritt-stift-account', zei hij."

Eline keek me even aan.
"Meneer Vuijk, het Pritt-stift-account! Ik zie me al tegen mijn vrienden zeggen dat ik een mooie stage heb, zo mooi, het Pritt-stift-account. Ze komen niet meer bij!"

Ik moest ook lachen, maar meer om de reactie va Eline dan het verhaal zelf. Ik was zo gewend aan studenten die maar wat graag het Pritt-stift-account zouden hebben.
Een mens heeft al snel geen morele standaarden meer, bedacht ik.
Ik schaamde me een beetje, maar Eline had niets door.

"Kun je in elk geval uitleggen aan je vrienden waarom je tegenwoordig wat plakkerig bent", probeerde ik.
Eline moest lachen.

"Ik heb hem vriendelijk bedankt en gezegd dat ik even verder keek. Gelukkig kwam ik daarna met een meneer in gesprek van de Rabo-bank. Daar zit ik zelf ook bij en dat vind ik wel een beschaafd bedrijf. Die hebben niet dat ordinaire van ABN en ING, waar ze alleen met staats-steun leuk kunnen doen in reclames en die zijn ook van die bonussen. Foute mensen, daar ga je niet bij werken."

Ik vroeg wat ze met de Rabo-meneer had afgesproken.
"Ik ga een brief schrijven en mijn CV opsturen. Mag ik die trouwens vooraf even aan u laten zien, om wat kritiek te krijgen."

Dat mocht natuurlijk. Ik kreeg daags erna een ouderwets-keurige brief met een ouderwets-keurig CV. Ik mailde wat modernistische verbeterings-voorstellen, die bij Pritt en de moreel ontspoorde banken nog steeds niet veel bijval zullen oogsten, maar voor Eline hopelijk acceptabel zijn.

Na een dag kreeg ik een bedankmailtje waarin ze toegaf wel even wat te hebben weggeslikt na mijn kritiek.

Beroemd voor een dag

De NOS mailde of ik iemand kende die 'iets' wilde zeggen over het gebruik van sociale media in geval van een ramp, zoals thans in Japan. Ik antwoordde wat ik daar zoal over dacht, dat ik zo snel ook niemand wist en liet mijn telefoonnummer achter.
Daarna ging ik in bad zitten met de telefoon naast me, de whirlpool blies deze keer zachtjes.

Ik zat nog niet of Liedeke belde. Het klonk allemaal alsof ik er echt wat over wist en of ik morgenochtend in de uitzending zo ongeveer hetzelfde wilde zeggen. Omdat ik college moest geven zou dat voor 9 uur gebeuren.

Vroeger dan anders zat ik achter mijn bureau, een kop koffie om wat beter te kunnen praten. Om 8 uur werd ik gebeld, de journalist van Radio 1 stond met de zenderwagen op het 'Broereplein'.
Ik gaf aan dat ik wel even langs zou lopen want uitleggen hoe je van het Broerplein naar de parkeerplaats van het Harmoniegebouw moet rijden duurt langer. Even daarna bleek de zenderwagen het signaal goed op te kunnen pikken en ik ging met de journalist naar mijn werkkamer.

Het werd een aangenaam gesprekje, dat u desgewenst kunt beluisteren – het gesprek werd uitgezonden in het blok van 8-9 uur, zoek na ongeveer 40 minuten. Of ik iets interessants heb gezegd moet u zelf maar beoordelen.

Ik fietste naar college, maar voordat ik de parkeerplaats af kon fietsen stopte de Saab Cabrio van voorlichter Anneke al voor m'n neus. Het raam zoefde naar beneden: "Ik hoorde je op de radio! Leuk hoo!".
Ik gaf kort enig commentaar en wilde verder fietsen. De telefoon ging en ik stopte. Ik hoorde de stem van Jolanda. "He Wim, je was net op de radio! Mooi hoor, hoe kwamen ze nou bij jou?"

Ik besloot na het gesprek de telefoon af te zetten en ging naar college.
Teruggekomen bleek dat toch vrij veel mensen Radio 1 beluisteren, zij mailden allemaal opgewekt met de mededeling dat ik 'op de radio' was. Collega Noor zocht het fragment even op mijn computer op, en besprak met Gerald mijn radiostem-kwaliteiten.
Ik bleek een carrière te hebben misgelopen, maar er was nog hoop.
Collega Hoeksema fleurde de lunch op: "Hallo professor in de Social Media!".
Ik glimlachte maar wat.

Tegen twaalf uur belde mijn vrouw. "Wanneer was het nou?", vroeg ze. Ik legde uit waar ik te vinden was, maar ze verzuchtte, "Ik hoor je elke dag overal verstand van hebben, ik wacht wel tot je thuis bent".

Toen ik thuis kwam stond de computer al op het gewenste moment klaar.

Vader en dochter

"Ik werk hier ongeveer nog net zo langs als de winkel nog bestaat", zei de verkoopster van Diderich, toen we stonden te wachten op mijn vrouw, die enige nieuwe kledingstukken aan het passen was.
"Volgend studiejaar ga ik beginnen met de Kunstacademie. Ik heb HBO Sportmanagement gedaan, maar wilde eigenlijk altijd Kunstacademie doen".

Mijn vrouw kwam naar buiten en de verkoopster keek met een kritische blik. De rok was perfect, het bloesje ook maar dat jasje kon niet.
Ze had gelijk.

"Mijn vader was er altijd tegen, die zei, 'daar kan je toch niks mee worden'. Hij heeft een eigen bedrijf en vindt de Kunstacademie iets waarmee je alleen maar je hand op kan houden."
Ik kon me zo ongeveer voorstellen hoe haar vader dacht. Het op de markt zetten van het zoveelste soort luier wordt in sommige kringen gerekend tot een waarlijk belangrijke prestatie, iets waarbij een schildertje als Rembrandt in het niet valt.

"Mooi dat je dat nu dan toch gaat doen, lijkt me mooi, als je echt iets kan bedenken en uitvoeren. Iets creatiefs."
Het klonk niet zo vroom als nu ik het opschrijf. Ze keek me in elk geval blij verrast aan.

"Het ergste van die opleiding die ik deed waren de medestudenten. Echt allemaal mensen die niks echt leuk vonden, zich nergens voor wilden inzetten. Als je wat meer had gedaan als voorbereiding, was je een lastpost, een uitslover. En altijd als een docent wat eiste zeuren bij de studieadviseur, want daar hadden ze dan wel tijd voor. 'Het vak kost te veel tijd, de docent geeft te veel opdrachten', stom eigenlijk dat een school daarnaar luistert. Rot dan lekker op dacht ik, ga op je luie reet liggen ergens waar ik er geen last van heb. Maar uiteindelijk krijgen die domkoppen ook nog wel hun zin. Het niveau stelde echt niets meer voor."

Ze zat duidelijk nog vol frustatie, en het kwam me allemaal niet onbekend voor. Goede prestaties worden ook op de RUG als zo uitzonderlijk gezien dat de studenten snel naar een honours college verwezen worden om hun energie kwijt te kunnen.
Of beter gezegd, hen intelligentie.

"Ik ben nu alvast begonnen met een soort voorbereidingstraject, dan kan je al bezig met verschillende zaken die je voorbereiden op de kunstopleiding. Dat is elke week op zaterdag, echt superleuk. Heel enthousiaste docenten die daaraan meedoen. En enthousiaste studenten. Eindelijk leuke mensen om me heen!"
Haar ogen straalden van genot.

Tegelijk had ze een nieuw kledingstuk voor mijn vrouw uitgezocht, dat wel deed wat het moest doen. Het viel goed en en paste bij de rest.

We rekenden af. Ik wenste haar heel veel plezier met de volgende opleiding.
Daarna verlieten we de zaak.

Haar vader zal inmiddels met 130 kilometer per uur heen en weer rijden over de Afsluitdijk.
Te snel om het kunstwerk te zien dat de afsluiting gedenkt.
Dat maakt zijn dochter dan wel goed straks.